Atomic Machines bouwt een fabriek die je aanstuurt met code in plaats van met maskers, harde tooling en een omgebouwde productielijn. Het Californische bedrijf kwam op 7 oktober 2026 na zes jaar in stealth naar buiten, met 250 miljoen dollar aan kapitaal en één product: een relais van 9,5 millimeter dat 150 ampère schakelt en in 50 microseconden opengaat. In dit artikel lees je hoe die Matter Compiler moet werken, wat er volgens de patenten in dat relais zit, waarom dit robotica raakt en wat Atomic Machines nog moet bewijzen.

Wat is Atomic Machines?

Atomic Machines is een start-up uit Emeryville, in de Bay Area bij San Francisco, met een tweede kantoor in Santa Clara. Oprichter en CEO is Jeff Holden. Hij was de tiende engineer bij Amazon en bouwde er Amazon Prime mee uit. Later werd hij de eerste chief product officer van Uber, waar hij de afdeling voor zelfrijdende wagens en het luchttaxiproject Uber Elevate opzette. Volgens The Next Web komt de naam Matter Compiler uit de sciencefictionroman The Diamond Age van Neal Stephenson.

Het bedrijf haalde in totaal 250 miljoen dollar op, zo staat in het persbericht van 7 oktober. Bij de investeerders zitten Gigafund, XTX Ventures, Valor Equity Partners, Construct Capital, Sozo Ventures en de Regents of the University of California. Een waardering of de verdeling over financieringsrondes maakte het bedrijf niet bekend.

Voor robotliefhebbers is vooral het team opvallend. Op de teampagina staan veel mensen uit de chirurgische robotica. CTO Klaus Zietlow tekende de systeemarchitectuur van de robot van Verb Surgical en werkte mee aan de da Vinci van Intuitive Surgical. Tabish Mustufa werkte zestien jaar bij Intuitive Surgical, onder meer aan robotbesturing. Chief of staff Rob Anderson richtte mee Miso Robotics op, bekend van de hamburgerbakkende robotarm. Daarnaast zitten er onderzoekers uit de Amerikaanse nationale labs Lawrence Livermore en Sandia, en productiemensen van chipmachinebouwers Applied Materials en Lam Research.

Hoe werkt de Matter Compiler?

De Matter Compiler is volgens Atomic Machines een volledig digitaal productiesysteem met AI aan het stuur. Het idee is dat je beschrijft wat een apparaat moet doen. Het systeem maakt dan een ontwerppakket met een gevalideerd CAD-model, de volgorde van productiestappen, een optimalisatie voor tijd en kost en de prestaties die het apparaat moet halen. Na jouw goedkeuring bouwt de fabriek het. Zo staat het op de productpagina.

Drie dingen maken het verschil met een klassieke fabriek, zegt het bedrijf:

  • Geen harde tooling. Er zijn geen maskers om te maken en geen productielijn om om te bouwen. Een nieuw ontwerp is een aanpassing in software en niet in de fabriek.
  • Meten in de lus. Elke bewerking wordt gemeten en meteen gecorrigeerd, zodat fouten zich niet opstapelen. De AI voert ook eigen experimenten uit op de machines om te testen of de simulaties kloppen.
  • Echte 3D en meerdere materialen. De machines krijgen bewegende delen en details tot enkele micron, in de materialen die de natuurkunde vraagt.

Dat laatste is het eigenlijke punt. Holden schrijft in zijn blog The Micro-machine Universe dat chipfabrieken in zestig jaar perfect werden in één soort machine, de transistor. MEMS, de micromechanische onderdelen in je gsm zoals versnellingsmeters en microfoons, gebruiken dezelfde vlakke chipprocessen. Elk nieuw MEMS-onderdeel vraagt daardoor jaren eigen procesontwikkeling. De sector vat dat zelf samen als “one product, one process”. Die markt is groot. Marktonderzoeker Yole schat ze voor 2025 op 17,1 miljard dollar, met het Duitse Bosch als grootste speler.

Hoe de Matter Compiler fysiek bouwt, houdt Atomic Machines voor zich. Er is geen publieke beschrijving van de technieken. En het is nog geen fabriek die alleen draait. Volgens Interesting Engineering verplaatsen ingenieurs nog onderdelen tussen de dertien machines van het systeem en helpen ze bij de eindmontage.

PrimeSwitch, het eerste product uit de Matter Compiler

Het eerste product is de PrimeSwitch PS-150, een elektromechanisch relais. Dit zijn de specificaties volgens de PrimeSwitch-pagina en het persbericht:

Eigenschap PrimeSwitch PS-150
Continue stroom 150 A, AC of DC, zonder actieve koeling
Openingstijd 50 µs
Weerstand in gesloten stand 200 µΩ
Galvanische isolatie 1.500 V
Afmetingen 9,5 mm diameter, 3 mm hoog, hermetisch gesloten SMD-behuizing
Vermogen om de stand te houden 0 W (bistabiel)
Status stalen voor evaluatie bij early-access klanten

Waarom net een schakelaar? Een gewoon relais of een contactor laat stroom door van metaal op metaal, en dat is de zuinigste weg. Maar het opent in milliseconden. Een halfgeleiderschakelaar opent in microseconden, maar geleidt via een halfgeleider, met verlies en warmte als gevolg. De PrimeSwitch moet beide combineren. De snelheid komt uit de schaal, schrijft het bedrijf: een contact met bijna geen massa dat maar enkele micron moet bewegen, kan in microseconden open.

Grafiek op logaritmische schaal: een solid-state breaker opent in enkele microseconden, de PrimeSwitch PS-150 in 50 microseconden en een klassieke contactor in milliseconden
Openingstijden vergeleken. De 1.000 keer sneller is de vergelijking van Atomic Machines zelf. Grafiek: robot.be, op basis van Atomic Machines en eeNews Europe.

De klant die Atomic Machines voor ogen heeft, is het AI-datacenter. NVIDIA wil vanaf 2027 racks van 1 megawatt voeden met 800 volt gelijkspanning, zo schrijft het bedrijf in een technische blog. Op de huidige 54 volt zou zo’n rack tot 200 kilo koper aan stroomrails nodig hebben. Bij gelijkspanning dooft een vonkboog bij een kortsluiting niet vanzelf, omdat de stroom nooit door nul gaat. De beveiliging moet dus snel zijn. Atomic Machines ziet de PS-150 in een hybride beveiliging, met een kleine halfgeleiderschakelaar die de stroom overneemt terwijl het contact opengaat. De concurrentie zit niet stil. Infineon en SolarEdge werken aan volledig halfgeleidende breakers die een fout binnen enkele microseconden onderbreken.

Wat zit er in het relais?

Atomic Machines toont de binnenkant van de PS-150 niet, maar de patenten zeggen veel. Het Amerikaanse patent 12.469.659, verleend in november 2025 en met onder anderen Holden en Zietlow als uitvinders, beschrijft een micro-relais dat zo werkt:

  • Een plunjer met een permanente magneet, met een ferromagnetisch plaatje op elke pool, beweegt in een stator met drie ferromagnetische lagen en spoelen ertussen.
  • Een korte positieve stroompuls duwt de plunjer naar de ene stand en opent het contact. Een negatieve puls duwt hem terug.
  • De magneet houdt de plunjer in elk van beide standen vast. Daarom verbruikt het relais geen stroom om open of dicht te blijven.
  • De contacten gebruiken een reeks piepkleine veertjes of een laagje vloeibaar metaal, een legering van gallium, indium en tin op wolfraam. Dat vloeibare metaal vult de oneffenheden tussen de contactvlakken op en houdt de weerstand laag.
  • Het geheel zit hermetisch afgesloten in stikstof, omdat vloeibaar metaal niet tegen zuurstof en water kan.
Geanimeerd schema van een bistabiel micro-relais: een positieve stroompuls duwt een plunjer met magneet omhoog en opent het contact, een negatieve puls sluit het weer
Vereenvoudigd schema op basis van patent US 12.469.659. Niet op schaal en vertraagd; de PS-150 zelf kan afwijken. Animatie: robot.be.

Let wel: het patent beschrijft hoe zo’n relais kan werken. Welke variant in de PS-150 zit, zegt het bedrijf niet.

Waarom dit robotica raakt

Een relais voor datacenters is het begin, niet het doel. Op de kaart die Atomic Machines toont, staan motoren, tandwielen en grijpers op microschaal als open terrein. Daarnaast noemt het bedrijf pompen, kunstmatige spieren, warmtepompjes en sensoren voor geur en biologie. In het persbericht noemt het bedrijf voorbeelden als tandwielen zo groot als een zandkorrel, robots die klein genoeg zijn om in het lichaam te werken en koeling die in AI-chips zit ingebouwd.

Voor robotica gaat het om wat Holden het sluiten van de lus noemt. Rekenkracht bestaat al op microschaal. Komen er sensoren en actuatoren van dezelfde grootte bij, dan sluit de lus van waarnemen, rekenen en bewegen zich volgens Holden binnen één behuizing, in plaats van via een hele kamer of een mens. Op robot.be schreven we eerder over microrobots die kleiner zijn dan een zandkorrel. Een fabriek die zulke onderdelen op bestelling uit een ontwerpbestand maakt, zou dat soort robots uit het lab kunnen halen.

Het lange-termijndoel noemt Atomic Machines “prompt-to-product”: een apparaat beschrijven en het laten bouwen, zoals een AI-codeerassistent software schrijft. Investeerder Luke Nosek van Gigafund noemt het in het persbericht “the start of vibe manufacturing”. Dat past in een bredere beweging waarin AI uit het scherm naar de fysieke wereld trekt, van fabrieksrobots die leren uit demonstraties tot de vraag wat robots met prijzen en lonen doen, zoals Jacob Rintamaki betoogt in The Final Offshoring.

Wat Atomic Machines nog moet bewijzen

De ambitie is groot en het bewijs is voorlopig klein. Deze punten blijven open:

  • Eén product. Het hele idee draait om veel verschillende machines zonder nieuwe procesontwikkeling. Tot nu is er één relais. Pas een tweede product uit een ander domein, een pomp of een motor, toont of de belofte breed werkt.
  • Geen onafhankelijke metingen. Alle specificaties van de PS-150 komen van het bedrijf. Er is geen prijs, geen productievolume en er zijn geen klantnamen.
  • De rekensom van 1.000 keer. Atomic Machines noemt de PS-150 ongeveer 1.000 keer sneller dan een klassieke contactor. Dat klopt voor een contactor die zo’n 50 milliseconden nodig heeft. Tegenover een relais dat in 1 milliseconde opent, is het verschil eerder twintig keer. Atomic Machines zegt niet met welk toestel het vergelijkt.
  • Nog mensenwerk. De lus van ontwerp tot product draait niet autonoom. Ingenieurs verplaatsen onderdelen tussen de machines en helpen bij de montage.

Kijk naar de tweede machine

De PS-150 is een slimme eerste keuze. Een relais is eenvoudig te testen, de markt voor 800-voltdatacenters groeit snel en het onderdeel toont meteen wat kleiner en sneller oplevert. Maar wie wil weten of Atomic Machines echt machines kan compileren, kijkt beter niet naar de specificaties van dit relais. Het echte signaal is hoe snel er een tweede, totaal ander product uit dezelfde dertien machines rolt, en hoeveel ingenieurs daar nog voor nodig zijn.

Veelgestelde vragen over Atomic Machines

Wat is de Matter Compiler van Atomic Machines?

Een door AI gestuurd productiesysteem dat volgens het bedrijf werkende micromachines met bewegende delen en meerdere materialen bouwt uit een digitaal ontwerp, zonder harde tooling, maskers of omgebouwde productielijn.

Kan je de PrimeSwitch kopen?

Nog niet vrij. In oktober 2026 levert Atomic Machines stalen aan early-access klanten voor evaluatie. Een prijs is niet bekend.

Wat is het verschil met 3D-printen?

Een 3D-printer maakt vormen uit één of enkele materialen. Atomic Machines zegt volledige machines te bouwen, met bewegende delen, meerdere materialen, hermetisch afgesloten en bedraad. Holden zegt het zo: 3D-printen maakte vormen programmeerbaar, Atomic Machines wil machines programmeerbaar maken.

Wie zit er achter Atomic Machines?

Oprichter Jeff Holden, ex-Amazon en ex-Uber, met een team uit de chirurgische robotica, de Amerikaanse nationale labs en de chipindustrie. Het bedrijf haalde 250 miljoen dollar op bij onder meer Gigafund, XTX Ventures en Valor Equity Partners.